De verschillende klimaten in de wereld

Weer en klimaat

Het weer verschilt erg over de wereld en wordt grotendeels bepaald door het klimaat. In een tropisch regenwoud regent het veel en is het altijd warm, terwijl het op de polen altijd vriest. Daarnaast zijn is o.a. ook het jaargetijde van grote invloed op het weer. Maar ook deze verschillen van streek tot streek. In Nederland hanteren we vier seizoenen in een jaar (winter, lente, zomer en herfts). Maar er zijn ook gebieden waar maar twee seizoenen gelden. 

Van welke bestemming wilt u meer weten over het weer?


Klimaten die het weer in de wereld bepalen!

Hieronder volgt een beschrijving van de verschillende klimaten die we in de wereld onderscheiden:

Köppen's klimaatmodel

Bron: Wikipedia

Tropisch klimaat

Dit klimaat heerst tussen 5° en 20° ten noorden en zuiden van de evenaar en kent een droog jaargetijde. Het natte jaargetijde doet zich gewoonlijk voor als de zon zijn hoogste punt boven de horizon bereikt. Op deze breedtegraden heersen ook de tropische moessons (voornamelijk Zuid-Azië), het savanneklimaat (graslanden in tropisch Afrika) en het tropische zeeklimaat (in de Caribische Zee).

De tropen zijn gedefinieerd als die gebieden die liggen tussen 23,27° Noorderbreedte (Kreeftskeerkring) en 23,27° Zuiderbreedte (Steenbokskeerkring). Het deel van de tropen dat dicht bij de evenaar ligt wordt gekenmerkt door hoge temperaturen en grote hoeveelheden neerslag. In Bogor, Indonesië valt er bijvoorbeeld zo'n 7.000 millimeter regen per jaar, terwijl er in Nederland gemiddeld 800 millimeter per jaar valt.

Verder van de evenaar af wordt het klimaat steeds droger. De gebieden die rondom de keerkringen liggen worden gekenmerkt door een lage hoeveelheid jaarlijkse neerslag en door hoge temperaturen. De weinige regen die er valt, valt vaak in korte tijd en in zeer heftige buien. Een bui waarin in één keer 80 millimeter regen valt is normaal in de Sahara van Tunesië. Deze hoeveelheid is een tiende deel van de totale hoeveelheid die in Nederland in 1 jaar valt, en een derde deel van de totale hoeveelheid regen in Tunesië.

Er bestaat een belangrijke relatie tussen klimaat, natuurlijke plantengroei en mogelijke vormen van landgebruik. De tropische regenwouden zijn overal bekend om hun schoonheid en rijkdom aan flora en fauna, maar evenzo bekend zijn de foto's van de woestijnen die achterblijven als het woud eenmaal gekapt is. Ook de nieuwsbeelden van droogte in de Sahel zijn erg bekend.

Het kan gebeuren dat er zo weinig regen valt dat landbouwgewassen sterven. Vaak is er dan ook te weinig water voor natuurlijke struikgewassen, die een belangrijke voedselbron voor vee vormen. Boeren proberen minder afhankelijk te zijn van het klimaat door bijvoorbeeld irrigatie toe te passen of gewassen te telen die met weinig water kunnen overleven.

In berggebieden zijn de temperaturen een stuk lager dan in bijvoorbeeld de tropische regenwouden. Tevens is de regenval daar niet zo extreem als in de tropische wouden, en is deze beter verspreid over het jaar. Veel gewassen groeien beter in berggebieden dan in tropische regenwouden of steppes. Ook vee kan beter overleven in de hoger gelegen gebieden. Dit komt bijvoorbeeld doordat daar weinig tseetseevliegen voorkomen. Toch worden de vele mogelijkheden van berggebieden vaak weer beperkt door de topografie. Op steile hellingen is er veel kans op erosie en landverschuivingen. Ook het aanleggen van wegen is daar een stuk moeilijker, waardoor veel berggebieden nog beperkt ontsloten zijn.

Moessonklimaat

Het klimaat in het Aziatische gebied wordt bepaald door de moesson. Dit klimaat zorgt voor een zomer met heftige regenval en een winter die (zeer) droog is. De moesson is het gevolg van de geografische situatie in het gebied. Land en zee massa liggen hier tegenover elkaar, ieder aan een kant van de evenaar. Ten noorden van de evenaar liggen India en het grootste deel van Azië, terwijl ten zuiden van de evenaar de Indische Oceaan ligt. Deze situatie zorgt ervoor dat de lucht zich gaat verplaatsen. 

Tijdens de maanden maart/april ontstaat de noordoost-moesson, die van land (noord) naar zee (zuid) waait. Deze lucht is koel en droog. In de maanden mei/juni tot september/oktober ontstaat de zuidwest-moesson, die van de Indische Oceaan naar het vasteland van Zuid-Azië stroomt. Deze lucht komt van de oceaan en is warm en zeer vochtig.

Reisadvies voor landen met een Moessonklimaat
Klimatologisch gezien is de periode december-mei voor de Aziatische landen (India, Filippijnen, Myanmar, Laos, Vietnam, Cambodja, Thailand, Hong Kong) de beste reistijd, aangezien de meeste regen valt in de maanden mei tot september. Met name van december tot februari is de lucht relatief koel en droog. Uitzonderingen hierop vormen Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, waar de regenperiode juist van december tot april loopt. 

In sommige streken (bijv. India) is het zeer warm in de periode vóór de komst van de zuidwestmoesson (maart tot eind mei). De temperaturen kunnen dan oplopen tot over de 40 graden Celsius. Een ander natuurverschijnsel in deze gebieden zijn de tropische cyclonen of taifoens die zich met name in de overgangsmaanden (mei en november) of tijdens de moessonperiode (juli tot december) ontwikkelen.

Savanneklimaat

Hoe verder men zich van de evenaar verwijdert, hoe duidelijker de seizoenen zich manifesteren. In landen tussen de 5 en 20 graden Noorden- en Zuiderbreedte is sprake van twee seizoenen: een droog seizoen en een nat seizoen. De hevigste regenval vindt plaats in de zomermaanden, van juni tot november. De regenval is hier niet genoeg om de regenwouden in stand te houden. De vegetatie in deze gebieden bestaat voornamelijk uit graslanden en savanne met verspreide boomgroei. Ook worden hier seizoensgewassen verbouwd, zoals rijst en maïs.

Op deze breedtegraden heersen ook de tropische moessons (Azië), het savanneklimaat (graslanden in tropisch Afrika) en het tropische zeeklimaat (in het Caribische gebied). Deze omstandigheden zijn voornamelijk te vinden in het grootste deel van Brazilië ten zuiden van de Amazonebekken, Paraguay en het noorden van Argentinië, de noordkust van Zuid-Amerika, het Caribische gebied en een groot deel van Midden-Amerika en Afrika.

Reisadvies voor landen met een Savanneklimaat
Indien u naar tropische landen reist, moet u altijd rekening houden met neerslag. De meeste regen valt vaak in de namiddag en avond. U kunt het reisadvies het beste per land bekijken. In enkele landen manifesteert de regenperiode(n) zich duidelijk in de zomermaanden (mei/juni-september/oktober) met name in Midden-Amerika (Costa Rica, Cuba, Mexico, Suriname, Venezuela, Peru) en in Midden-Afrika (Soedan, Kameroen, Gambia, Burkina Faso, Centraal Afrikaanse Republiek, Nigeria en Ghana). In andere landen valt juist in de eerste maanden van het jaar (december-februari) de meeste regen (Brazilië, Bolivia, Ecuador/ Zimbabwe, Zambia, Zaïre, Malawi, Madagaskar).

Toch moet u er rekening mee houden dat er ook in de droge periode buien kunnen vallen. Ook zijn de weersomstandigheden in de hoogvlakten anders dan aan de kust. Over het algemeen regent het minder in de hoger gelegen delen en is het hier kouder. Neem goede regenkleding mee. Ook is het verstandig warme kleding mee te nemen indien u de hoogvlaktes van Zuid- Amerika in trekt. In de laaggelegen delen volstaat lichte katoenen kleding.

Tropisch Equatoriaal klimaat

De gebieden rond de evenaar (12 graden NB tot 12 graden ZB) kennen geen seizoenen. Alle maanden zijn ongeveer even warm en even regenachtig. Er kan wel enig verschil zijn in de neerslag per maand. Kenmerkend is tevens dat de dagen en nachten in deze gebieden even lang zijn. De zon komt elke dag om 6.00 op en gaat om 18.00 onder. Het equatoriale gebied omvat het grootste gedeelte van de Amazone en de kust van de Grote Oceaan in Ecuador en Colombia, verder het Kongobekken, de West-Afrikaanse kuststrook, Sri Lanka, Maleisië en Indonesië. Deze gebieden zijn voornamelijk bedekt met Tropisch regenwoud .

Reisadvies bij tropisch equatoriaal klimaat
In de landen rond de evenaar moet u altijd rekening houden met regen. Neem goede regenkleding en goed waterdicht schoeisel mee.

Droge klimaten

Woestijnklimaat

Het woestijnklimaat kent hoge dagtemperaturen, weinig regen en geen koud jaargetijde, al kan het in de nacht sterk afkoelen. De beste voorbeelden hiervan zijn de Sahara, de woestijnen van het Midden-Oosten en die van Midden-Australië.

Aan de rand van de tropen zijn uitgestrekte woestijnen te vinden. De grootste is de Noord-Afrikaanse Sahara, met een oppervlakte van meer dan 9 miljoen vierkante kilometer. Grote delen van deze uitgestrekte zandvlakte ontvangen jaarlijks minder dan 125 mm regen. Deze woestijnen zijn ontstaan door een combinatie van geringe regenval, een lage luchtvochtigheid, hoge temperaturen en veel zon. Vanuit het droge binnenland waaien de droge passaatwinden naar het noorden. Deze lucht is boven de evenaar opgestegen, heeft onderweg zijn regen laten vallen en arriveert als zeer droge lucht in de suptropische gebieden.

De temperatuur in de woestijnen varieert aanzienlijk per seizoen. De winters zijn warm, maar de zomers zijn bijzonder heet. De heldere hemel zorgt ervoor dat het overdag ontzettend warm is, maar zorgt er tevens voor dat het zeer snel afkoelt als de zon onder gaat. De woestijnen die aan de kust liggen hebben draaglijker klimaten onder invloed van de koude oceaanstromingen.

Reisadvies bij woestijnklimaat
De regentijd in de tropische Afrikaanse landen is doorgaans in de zomermaanden. Toch valt er dan niet altijd regen. In de winter maanden is het eveneens zonnig, maar kan er veel wind staan. Warme kleding is min of meer noodzakelijk, aangezien het in de nachten erg afkoelt, met name in de wintermaanden. Het kan er behoorlijk vriezen! Lange kleding en een sjaal beschermen u tegen de hete, stoffige wind. De temperaturen in de Sahara (noorden van Tsjaad, Mali, Soedan en Mauritanië, Libië) kunnen extreem hoog oplopen.

Steppe klimaat

Dit is het klimaat dat heerst in de tropische graslanden en aan de randen van de woestijn. Er valt af en toe wat regen in een scherp afgebakend regenseizoen. Als voorbeeld noemen we de Sahel in Afrika en de drogere streken in Midden-India.

Koude woestijn klimaat

Dit klimaat komt u op grotere hoogte tegen in de binnenlanden van uitgestrekte continenten, zoals de Gobiwoestijn in Mongolië. We hebben hier feitelijk te maken met een landklimaat met extreme maxima en minima - de winters zijn er bijzonder koud en de zomers erg heet.

Warm gematigd klimaat

Gematigde klimaten onderscheiden zich van tropische klimaten door scherp afgebakende koelere jaargetijden.

Subtropisch klimaat

De zomer is hier het natste en warmste jaargetijde, de winters zijn zacht met af en toe koude periodes en weinig neerslag. Dit klimaat vindt u in het zuidoosten van de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, China en Australië.

Mediterraan klimaat

De zomers zijn warm en droog, de winters zacht en maar met veel neerslag. Dit klimaat dankt zijn naam aan het feit dat het voornamelijk voorkomt rond de Middellandse Zee, maar ook delen van Californië, Midden-Chili, de punt van Zuid-Afrika en West- en Zuid-Australië.

Koel gematigd klimaat

Deze klimaten sluiten in de richting van de polen aan op de warme, gematigde klimaten.

Zeeklimaat

De temperatuurschommeling is beperkt, dus de winters zijn zelden streng en de zomers niet extreem heet. Neerslag doet zich tijdens alle jaargetijden voor. Dit klimaat treffen we aan in West-Europa, Brits-Colombia, de noordwestelijke kust van de Verenigde Staten, Zuid-Chili, Tasmanië en Nieuw-Zeeland.

Landklimaat

Dit klimaatkent warme/hete zomers en strenge winters, met neerslag in alle jaargetijden. Er zijn gebieden met een landklimaat waar de winters minder streng zijn. Een landklimaat treffen we aan in het midden en oosten van Noord-Amerika, Europa en Azië.

Polaire en bergklimaten

Arctisch klimaat

Bij dit klimaat blijft het kwik het hele jaar door onder de 0°C (32°F) steken. We vinden dit klimaat op het grootste gedeelte van Antarctica (Zuidpool) en Midden-Groenland, maar ook aan de kuststreek van Noord-Rusland en op de eilanden binnen de Noordpoolcircel zoals Spitsbergen. (De Noordpool ligt in het midden van de Noordelijke IJszee.)

Subarctisch

De winters zijn lang en extreem koud, maar tijdens de korte zomer worden temperaturen boven het vriespunt genoteerd, waarbij het kan voorkomen dat alle aanwezige sneeuw smelt. Dit klimaat komt voor in Midden- en Noord-Rusland. We spreken van hier van een toendra (een boomvrije streek tussen de ijskap en de boomgrens van Noord-Amerika en Eurazië) of een taiga (coniferenwouden in het subarctische gebied van Noord-Amerika en Eurazië).

Berg- en plateauklimaat

Dit klimaat heerst in berggebieden en op plateaus boven de boomgrens. Als voorbeeld noemen we de bergmassieven van Noord- en Zuid-Amerika, de Alpen, de Himalaya en Tibet.

Handige links over weer en klimaat

  • Weer.nl - Zeer uitgebreide site met weer en klimaat gegevens
  • Worldclimate - Engelstalige weer site met veel informatie over weer en het klimaat wereldwijd!
  • KNMI - Koninklijke Nederlands Meteorologisch Instituut