Een wereldreis
Beste thuisblijvers,
Jullie weten niet wat jullie missen. Hadden jullie de kans om van een duoreis een groepsreis te maken, blijven jullie in Nederland! Maar ja, ieder zijn keus.
Na een lange, maar goede reis zijn wij dinsdagochtend 20 augustus om 7.15 uur Chinese tijd (+ 7.00 uur) aangekomen in Beijing. Met de shuttledienst naar ons hotel in het centrum van de stad gebracht. Dit duurde even, zodat wij rond 9.30 uur pas ingecheckt waren. Aangezien wij het ontbijt in het vliegtuig in een holle kies konden stoppen, zijn wij op zoek gegaan naar een geschikte eettent. Om 11.00 uur een lokaal restraurant gevonden, die ons hongerige Nederlanders te eten wilde geven (NB 4.00 uur Nederlandse tijd). Heerlijk: gebraden varkensvlees, reepjes rundvlees en... thee. Dat allemaal op 'nuchtere maag'. De reis kan nu al niet meer stuk.
's Middags rustig aan gedaan. Het tijdsverschil gedood door een paar uur te gaan slapen en 's avonds maar weer Chinees wezen eten.
De volgende dag zijn wij de stad wezen verkennen. Plein van de Hemelse Vrede, de Verboden Stad en wat niet meer zij. Echt een verkenning, omdat wij over ruim een week met een groep nog eens echt de stad induiken. Prachtig al die mensen, drukte en cultuur. Beijing kent vele miljoenen inwoners, is qua inwoners de tweede stad na Shanghai, maar wel duidelijk de culturele en politieke hoofdstad.
Na deze indrukken en gezien het feit dat wij nog terugkomen, hebben wij 's-avonds de nachttrein naar Suzhou (oosten) gepakt. In een slaapwagon waar iedereen op elkaar gepropt zit op de bedden (drie boven elkaar) met alles mee: eten, drinken, bepakking, kinderen etc. Wij zaten daar als twee westerlingen tussen. Ondanks dat China volledig open is en met wel wat gewend zou moeten zijn, ben je in die situatie toch bekijks.
Leuk contact gelegd met een Chinese arts, die ons in enigszins redelijk Engels te woord kon staan. Ook hij was op weg naar Suzhou en was daardoor leuk reisgezelschap. Uiteindelijk zelfs geslapen. De Chinezen waren aangenaam verrast dat Hilko met zijn postuur en ruim 1.85 meter op drie hoog in het bedje kon...
Suzhou staat bekend om zijn tuinen en grachtjes. Men zegt het Venetie van China, maar daar twijfelen wij toch wel aan. We werden opgewacht door een horde mannen die ons per 'riksja' wilde vervoeren. Het was op dat moment al bijna 30 graden (7.30 uur), dus lopen met volle bepakking was ook geen optie. Het meest vriendelijke mannetje hebben wij eruit gepikt, en de touretappe begon.
Binnen een kwartier in ons hotel aangekomen. Niet te luxe, maar prima. Chinezen zijn trouwens verschrikkelijk schoon. Het is overal een puinhoop, maar toch vind je nauwelijk rotzooi op straat. Proper is het goede woord.
Suzhou is de moeite waard om te bezoeken. Wat wij als zeiden, de tuinen zijn mooi, maar ook de tempels en 'pagoda's'. Kortom, hier hebben wij ons met name op dat gebied vermaakt, naast het slenteren door de stad, lekker eten en proberen op te gaan in de lokale cultuur.
Ten opzichte van andere landen, voelen wij ons uitermate veilig hier. Of het nu overdag alleen is, of 's avonds met ons tweeen. Wij lopen overal en zonder problemen. Geen mensen die je constant aanklampen o.i.d. Ook chauffeurs van taxi's en rikja's: nee is nee, en voor hen geen enkel probleem.
Dat het in China toch wat anders is dan in Nederland, bewijst de enorme onweersbui die gisterenavond over Suzhou heeft gewoed. Binnen een kwartier stond de hemel in lichtelaaie en de straten blank. Wij dorstten het hotel niet uit en zijn maar 'inhouse' gaan eten. Niet onze gewoonte, maar in noodgevallen is het niet anders. Na een kwartier aan tafel te hebben gezeten, sloeg de bliksem echt in en was alles donker. Niet alleen ons hotel, maar de hele stad. Met kaarslicht hebben de koks uiteindelijk ons maaltje kunnen maken en in het kaarsdonker hebben wij het verorberd.
Buiten nog steeds pikkedonker; auto's, riksja's zonder licht over straat, evenals heel veel mensen lopend. Daar moeten ongelukken van komen en volgens ons is dat ook gebeurd. Binnen de kortste keren chaos, opstoppingen en boze mensen. Na het eten hebben wij het nog even van buiten 'live' gevolgd, maar zijn vervolgens op de tast onze kamer wezen opzoeken. Het heeft al met al bijna drie uur geduurd voordat ons hotel weer electriciteit had en de hele nacht voordat buiten alles weer werkte (stoplichten en straatverlichting).
Nu zijn wij, voordat wij naar Shanghai vertrekken, jullie nog even snel een berichtje aan het sturen. In Shanghai verblijven wij vijf dagen en dan gaan wij weer terug naar Beijing om met een groep van 16 personen door China te reizen. We zijn benieuwd en nu al verliefd op dit land. Dat kan alleen dus maar erger worden.
We'll keep in touch!
China deel 2
Zo'n 40 dagen in China, je maakt wat mee... Morgen naar Hong Kong om een aantal dagen bij kennissen door te brengen (waaronder de nationale feestdag van China: 1 oktober) om vervolgens door te vliegen naar Australie. Maar goed, dat is toekomst, nu het verleden.
De eerste weken van de reis hebben wij op onszelf gedaan. Beijing, Suzhou, Shanghai. Op dag 13 waren wij weer terug in Beijing om ons te voegen bij een groep van in totaal 16 personen om verder door China te reizen. Als je van grote steden houdt, zijn Beijing en Shanghai echt aanraders. Prachtige miljoenensteden, waarvan Shanghai duidelijk de economische grootmacht is. Echter, 's lands overheid wil daar een stokje voor steken en Beijing binnen 10 jaar de grootste en modernste stad van de wereld(!) maken. Dit mede met het andere prestigeproject in het achterhoofd: de Olympische Spelen van 2008. Aan beiden zijn ze hard aan het werk en huizen en mensen worden neergehaald en verplaatst, alsof het kaartenhuisjes zijn. Grote nieuwe huizen en panden verrijzen, alsof het niets is. Boeiend om te zien, aan de andere kant ook angstwekkend. China wil en zal het grootste land ter wereld zijn, met alles erop en eraan.
In dat kader is China ook echt veranderd ten opzichte van de vorige reis van Hilko zo'n 5 jaar geleden. Men spreekt steeds meer Engels, steeds meer private ondernemingen worden gestart en de commercie slaat toe. In dat kader worden toeristen nog steeds uitgebuit, mede op initiatief van de overheid. Zo betaalden wij 85 yuan voor een bezoek aan de Verboden Stad (een aanrader!!), terwijl de Chinezen zelf 15 yuan betalen.
Dat wil niet zeggen dat China daarmee duur is. Nog steeds is het voor ons goed te betalen. Dat moet ook wel, want verscheidene mensen die wij gedurende de reis hebben leren kennen, gaven aan niet meer dan zo'n 600 yuan per maand te verdienen (EUR 80,-) en dat voor 27 dagen werken per maand, van 's ochtends 8.00 uur tot 's avonds 21.00 uur. Het is voor velen dan ook echt armoe troef. Toch merk je dat niet echt in de omgang en is de gemiddelde Chinees aardig, gastvrij en vrijgevig.
De groep die wij troffen in Beijing hebben wij binnen twee dagen de bejaardensoos betiteld. Een stel van onze leeftijd en de rest al met pensioen of bijna pensioengerechtigd. Hoe ouder, hoe stugger (inflexibeler) zegt men wel eens. Nou, dat hebben wij aan den lijve ondervonden. Veel klaaggezang van: het eten is niet goed, de bedden zijn hard en wat niet meer zij. Gelukkig hadden wij een prima reisleidster, die alles goed kon relativeren. Met haar hebben wij dan ook nogal wat avonden met bier en sigaretten doorgebracht, toen de oudjes rond 21.00 uur gingen slapen.
Van Beijing zijn wij naar Pingyao gegaan. Een beschermd stadje (UNESCO) op ruim een nacht treinrijden van de Chinese hoofdstad. Werkelijk schitterend, in een omgeving waarvan je denkt: zo moet China er vroeger uitgezien hebben en zo hebben de mensen geleefd. Midden in dit stadje stond ons 'hotelletje', waar wij door het echtpaar des huizes werden opgevangen.
Verder ook andere belangrijke bezienswaardigheden aangedaan, zoals het Terracotta Leger in Xi'an, die op initiatief van de eerste keizer van China bij zijn graf is geplaatst. Naar schatting vele 10 duizenden beelden, waar door 750 duizend mensen aan gewerkt is, 40 jaar lang. Bij toeval zijn deze beelden de vorige eeuw boven water gekomen en is het nu de trekpleister voor veel Chinezen.
Een ander hoogtepunt (en nu maken wij een sprongetje) was de aanleiding van de reis, de tocht door de drie kloven over de Yangtze rivier. Twee volle dagen op een Chinese Cruiseboot, met vooral veel Chinezen. (Wederom) een prachtige ervaring, vooral in ogenschouw nemende dat begin volgend jaar een groot deel van dat gebied onder water komt te staan, als gevolg van de bouw van een grote stuwdam in Yichang. Deze stuwdam moet zo'n 185 meter boven zeeniveau uitstijgen en is zo'n 1,5 km breed. Uiteindelijk moet deze dam (2009) 10% van China van energie voorzien en tevens de hoogwater-problematiek van de Yangtze oplossen. Tevens wordt hier de grootste 5-trapssluis ter wereld gerealiseeerd, groter dan die van het Panama kanaal. Een prachtige en door het verdwijnen van een groot deel daarvan, unieke omgeving. Een indrukwekkend en prestitieus project, als gevolg waarvan ruim een miljoen mensen hun huizen moeten verlaten. Je ziet dan ook spooksteden ontstaan, waar afgebroken huizen staan en geen mensen meer leven.
Dit soort praktijken kom je niet tegen bij de minderheden in het mid-zuiden van China, waar wij o.a. een bezoek hebben gebracht aan de Dong en Miao minderheden. Zij leven in kleine dorpjes, veelal van landbouw en dan met name rijstteelt. We aten bij mensen thuis, dronken rijstwijn tot wij er bijna bij neervielen (58%). De mensen leven in houten huisjes, waarvan het vee op de begane grond, en het gezin op de 1e verdieping. Bovenin was de houtvoorraad. Electriciteit hebben zij net, maar daar is ook alles mee gezegd. Men loopt daar nog rond in authentieke kleding, inclusief sieraden etc.
Tussendoor hebben wij regelmatig diverse locale marktjes bezocht, waar van alles verhandeld wordt. Met name de levende markt is mooi om te zien; van slangen tot eenden, van ratten tot kikkers, van schildpadden tot honden. En dat allemaal om te eten. Dierenliefhebbers moeten er absoluut niet komen, zeker wanneer er ter plekke dieren 'klaargemaakt' worden. Zo waren wij getuige van het 'slachten' van een schildpad, die simpelweg levend uit elkaar getrokken werd. De kippen en eenden worden in zakken verkocht, met enkel de poten aan elkaar gebonden. De kikkers en vissen gaan levend in een plastic zakje, om ze vooral lekker vers thuis te krijgen.
In Ping-An hebben wij de mooiste en meest indrukwekkende rijstterrassen van China gezien. Het is ook niet voor niets dat dit gebied beschermd is. Een aantal dagen hebben wij wandelingen kunnen maken van vele uren en heerlijk los van de groep. In dit gebied wordt 1/3 van de wereldrijstproductie gerealiseerd! Deze rijstvelden liggen tegen ruim 2.200 meter hoge bergen aan. Een gebied waar wij dagen langer zouden kunnen doorbrengen. Maar ja, de planning was gemaakt.
Per nachttrein zijn wij naar Yangzhuo gereden. Een klein toeristisch stadje in het zuiden van China, temidden van het Kartsgebergte. De stad zelf stelt niet zoveel voor, de omgeving wel. Dwars door dat gedeelte van het gebergte loopt de Li-rivier, die wij niet per boot, maar individueel wandelend zijn langsgelopen. Een tocht van bijna 6 uur, dwars door boomgaarden en door gehuchtjes waar de mensen nog niet gewend zijn blanken te zien. Dit hebben wij op eigen initiatief gedaan, en moesten daarvoor wel ruim 1 uur met een locaal OV-busje reizen om op plaats van bestemming te komen. De rivier moesten wij af en toe over en dit deden wij m.b.t. locale bewoners, die ons overzette op een bamboe-vlotje.
Nu zijn wij in Guangzhou (voormalig Canton) in het zuid-oosten van China. En niet om de ogen uit te steken, maar het regent hier nu. En dat pas voor de tweede keer deze reis. Een ochtend eerder hebben wij met een boek moeten doorbrengen, wat op zich ook geen straf was. Verder hebben wij alleen maar mooi weer gehad met temperaturen tussen de 25 en 30 graden.
Kortom, het was een reis met vele hoogtepunten, waar wij totaal geen spijt van hebben. We hebben om in verschillende steden te komen veel per nachttrein gereisd. Een prachtige ervaring, waar wij met handen en voeten kennis hebben gemaakt met de Chineze bevolking. Hoewel het niet gebruikelijk was binnen onze groep, probeerden wij juist wel met de locale bevolking in contact te komen. Dat werd zeer op prijs gesteld en wij zijn dan ook regelmatig uitgenodigd voor eten of kregen presentjes als blijk van waardering. Dat maakt China ook zo mooi, de mensen en hun gewoonten. Ook het eten hoort daarbij. Over het algemeen prima te doen, hoewel niet vergelijkbaar met de Nederlandse Chinees. Maar als je in gebieden komt waar men geen woord over de grens spreek, en dat zijn nogal wat bebieden, weet je af en toe niet wat je voor je krijgt. Zo hebben wij een keer een maaltijd van bijna alleen maar orgaanvlees voorgeschoteld gekregen, varierend van darmen tot maag. Best te eten, maar niet te veel.
Misschien wat uitgebreid, maar wij kunnen bijna een boek schrijven over onze belevenissen. Dit slechts als indruk wat wij doen en dat wij het enorm naar ons zin hebben. Tussendoor houden wij natuurlijk ook nog de actualiteit in NL in de gaten, zijn wij via internet of TV getuige van de voetbaluitslagen, maar voelen ons verder op en top Chinees en straks Australier.
Australië
Hello mates!
Over twee dagen zijn wij op onze nieuwe bestemming, Nieuw Zeeland, dus het leek ons een aardig idee onze belevenissen van Australie aan jullie toe te vertrouwen. Hier zijn wij nu vanaf begin oktober en hoewel dat al (?) ruim vijf weken is, hebben wij nog steeds het gevoel dat de tijd vliegt (helaas!!).
Wij zijn gestart in Cairns aan de oostkust van dit prachtige land. Cairns is
voor Australische begrippen een middelgrote stad en misschien wel het Mekka voor de duikers onder ons... Op zo'n 60 km buiten de kust bevindt zich dan ook het beroemde Great Barrier Reef. Weliswaar hebben wij zelf niet gedoken (geen duikpermissie), maar wij zijn wel een dag gaan snorkelen. Aangezien het rif daar bijna boven het water uitkomt, was het zelfs voor snorkelaars als ons prachtig. Schitterend koraal, prachtige (grote) vissen, zeeschildpadden en volop zonneschijn.
O.a. in de omgeving van Cairns bevinden zich ook de tropische regenwouden van Australie. Ook dit is indrukwekkend, met zijn prachtige flora en fauna. Gelukkig redelijk goed beschermd door de overheid en het gebied staat terecht op de World Heritage List van de VN. Iets noordelijker is het gebied waar het Great Barrier Reef het tropische regenwoud 'ontmoet'. Daar zijn wij ook naar toe gegaan, met prachtige stranden tegen een indrukwekkende achtergrond van het bos. Gelukkig waren er nog geen gevaarlijke kwallen in die periode, zodat wij ook veel gezwommen hebben. Overigens niet in de gebieden waar krokodillen waren. Niet dat die er niet zaten, integendeel, maar het zwemmen hebben wij maar over gelaten aan Duitse toeristen.
Van de sub-tropische kust, op naar het warme Darwin (ruim 35 graden) in het noorden. Als plaats is het goed toeven daar, maar ons doel was Kakadu National Park. Een beroemd park, waar ook veel van de Aboriginals te zien is. Zowel qua kunst (rock painting) als gewoonten en gebruiken. Het park kan je na een toegangsfee betaald te hebben op eigen houtje bezoeken (grootte: bijna de helft van NL - schatting), maar met een gids is het nog boeiender. Wij hebben dan ook gekozen voor een driedaagse safari, met overnachting onder de blote sterrenhemel. Hier hebben wij wel meer wildlife gezien: krokodillen (zout- en zoetwater), reptielen, kangoeroes, roofvogels, dingo's en noem maar op. De flora was enigzins teleurstellend, aangezien er in Australie een enorme droogte heerst. In grote gedeelten van Australie heeft het soms al meer dan acht maanden niet geregend. En dat heeft zijn invloed op de natuur. Zo hebben wij op de meest mooie plekjes van Kakadu gezwommen, zoals de Twin Falls. Echter, de Twin Falls kende nog meer één bescheiden waterval. Ook de uitgestrekte landschappen doen dor en droog aan. Het was dan ook de droge periode, maar kenners zeiden dat het nu wel ècht droog was. Maar een kampvuur met een BBQ en veel bier en wijn doen dit soort minder leuke bijzaken snel vergeten. Evenals de didgeridoo, waar Hilko een exemplaar van naar NL heeft gestuurd (bij terugkomst concert!).
Overigens konden wij om één zaak niet heen en dat was de aanslag in Bali. Dat leefde en leeft hier volop en met name in Darwin, aangezien voor hen Bali een populaire vakantiebestemming is en voor mensen uit Darwin dichterbij dan bijvoorbeeld Sydney. Maar nog steeds staan de voorpagina's vol van die trieste gebeurtenis. Wat dat betreft leeft dit meer dan de dood van Claus, zelfs bij ons...
Met de bus van Darwin doorgereisd naar Alice Springs in het 'red center' van Australie. Dit via Katherine, waar wij een dagje de kano gepakt hebben om door prachtige kliffen te peddelen. 's Morgens vroeg, want anders was het vanwege de hitte niet meer te doen.
Alice Springs is echt heet (ruim 40 graden!!), maar gelukkig toch redelijk uit te houden. De stad is niet veel aan, maar de toertochten in de omgeving des te meer. Wij zijn met een kleine groep en een gids drie dagen Urulu National Park in geweest. Het park waar Ayers Rock (= Urulu) te vinden is. Als een paddestoel uit de grond, ligt daar die grote rode rots met negen kilometer omtrek en 348 meter hoogte. Zowel bij sunrise en sunset dit natuurwonder bekeken, maar sterker nog, Jet en ik hebben de rots zelfs beklommen met enkele groepsgenoten. Dit moest 's morgens vroeg, omdat het na 9.00 uur te heet wordt. Dus om 7.30 uur deden zetten wij onze eerst schreden naar de top van Ayers Rock. Uitkijken geblazen vanwege de enorme wind en het glijgevaar, maar grensverleggend en zeker één van onze hoogtepunten. Ook in de red center heb je geen tent nodig 's nachts en is een slaapzak genoeg. Wel leuk om de volgende dag aan de hand van sporen te constateren dat 's nachts dingo's en slangen in de buurt zijn geweest. Overigens zijn er hier ook veel (wilde) kamelen, waar we een tochtje op hebben gemaakt. Als gevolg van een weddenschap gingen twee mannelijke groepsgenoten (waaronder de gids) tot hilariteit van menig dame zelfs naakt de kameel op...
Na deze happening, per vliegtuig doorgereisd naar Melbourne. Toen wij aankwamen, wisten wij weer wat herfst in NL moest zijn. Het was er guur en regenachtig en slechts 16 graden die dag. Kortom, Hollands weer, alleen noemen zij dat hier lente. Maar Hollands weer, bleek Melboure's weer te zijn, want hier kan het per dag verschillen. En dat was ook zo, want de volgende dag was het alweer zonnig en bijna 25 graden. De stad is mooi en het meest Europees qua aanzien in Australie. Mooie winkels, vooral veel mooie kledingzaken, en lekker eten. Ook wel weer lekker om van de geneugten van een grote stad te kunnen genieten na alle jungle, rimboe en primitieve camping-safaris. Nog even herinneringen opgedaan in China Town.
Vervolgens na twee dagen per campervan op weg naar de Great Ocean Road langs de zuidkust (ten westen van Melbourne) richting Adelaide. Een prachtige route, langs hoge kliffen, mooie (surf)stranden en indrukwekkende vergezichten. De eerste dagen waren vooral spannend omdat links rijden toch wel wennen is. Maar goed, onbeschadigd de reis doorstaan en uiteindelijk als een volwaardig coureur onder hoge tijdsdruk door Sydney gescheurd... Voor we daar waren via een noordelijke boog de binnenlanden van de staat Victoria bekeken. Groots was een paar dagen in de Grampians, waar wij bush-camping hebben gedaan. Ver weg van alles en iedereen, alleen een gore wc en koud grondwater. Verder veel bomen en beesten en een plek om vuurtje te stoken. Als echte bush-men overleefd, met hout sprokkelen en eten koken op open vuur. 's Avonds met een fles wijn (en nog een fles wijn, en nog een fles wijn) naar onze Ierse 'buren' om belevenissen uit te wisselen.
Via de Grampians en de Snowy Mountains echt richting Sydney, en dus meer richting kust en hebben wij de bossen en wandelingen aldaar verlaten. Maar de kust heeft ook wat, met name de campings die tussen kust en bosrand gelegen zijn. Dit in combinatie met mooi weer en een rustig voorseizoen, en het feit dat wij een van de weinige bezoekers waren temidden tussen zee- en bosgeruis, omgeven door vele kangeroe's, kakatoo's en andere beesten, maakte dat wij beiden eigenlijk niet meer terug wilden naar NL. Hoewel, toen Hilko de volgende dag door het bos ging joggen (jawel!!), werd hij opgeschrikt door twee grote goanna's. Hagadissen van ca 1,75 meter die nog meer schrokken van hem en de boom invlogen. Daar op veilige 2 meter hoogte aanschouwd hoe Hilko hen observeerde. Voor Jet, die er overigens niet bij was, was een permanent verblijf in deze omgeving vervolgens minder aan de orde.
Nu zijn wij in Sydney en hebben wij een mooi hostel bij Bondi Beach gevonden. Een beroemd strand, the place to be, vooral om te zien en gezien te worden, en om te surfen... We zullen, denk ik, nog wel strand zien, maar eerst de stad maar in.
Hopelijk gaat het met jullie ook goed en overleven jullie stormen en ander
ontij. Om ons hoeven jullie je niet druk te maken, wij redden ons prima en wij houden het nog wel even vol... Dat neemt echt niet weg dat wij jullie vergeten zijn. Werder Bremen is verslagen (met Vitesse gaat het dus sportief goed en blijft Vitesse verder gewoon Vitesse...), is MDC (bedrijf van Jet) bijna failliet, Davis Cup met aansluitend een houseparty in Gelredome, 22 januari verkiezingen en moet Katja Schuurman binnenkort voorkomen. Wat is het leven dan toch mooi, niet?
Nieuw Zeeland
Hier weer een bericht van down under, nu vanuit Nieuw-Zeeland. Een prachtig land, verdeeld over twee eilanden. Het noordereiland is het kleinst en kent een sub-tropisch klimaat. Het zuidereiland is iets groter en is qua klimaat te vergelijken met Midden-Europa. Beiden zijn prachtig, maar het zuidereiland wordt over het algemeen beter gewaardeerd vanwege zijn zeer unieke natuur en landschappen. Hoewel vele malen groter dan Nederland, wonen hier slechts ca 4,5 miljoen mensen. En dan, vergelijkbaar met Australië, met name rond de kust in steden als Auckland, Wellington en Christchurch.
Waar Australie een extreem droge periode meemaakt(e), met hoge temperaturen, werden wij in Nieuw-Zeeland geconfronteerd met het slechtste voorjaar in 20 jaar. Veel regen, soms dagen achter elkaar, (relatief) koud en regelmatig zware bewolking. Dat nam niet weg dat wij de pracht en praal van dit land wel hebben kunnen ondervinden. Bovendien is het de afgelopen weken echt zomer geworden, en zien wij vaker de zon dan dat het regent.
Begin november zijn wij gestart in Auckland (noordereiland), de grootste stad van Nieuw-Zeeland. Aangekomen op het vliegveld, dachten wij even snel een bed te boeken voor de nacht. Niet dus. Uiteindelijk zijn wij door een eigenaar van een bepaald volgeboekt hostel die het niet kon verkroppen dat wij geen onderdak hadden, ondergebracht bij een vriend van hem, privé thuis. Deze man bleek een 'bekende' Nieuw-Zeelandse zanger te zijn uit de seventies, die ons persoonlijk zou komen ophalen. Een vaste bewoner van het hostel zou ons eerst oppikken van het vliegveld. Deze chauffeur bleek een Nedelander te zijn, die tijdens zijn studietijd in Arnhem heeft gewoond. Hij noemde zich 'Joe', maar had volgens ons een andere naam. Om aan te geven hoe klein de wereld is, hij heeft in het recente verleden ook nog als steward bij Vitesse-Gelredome gewerkt en kende dus het metier van Hilko.
Aangekomen in het hostel, wat bleek een 'rocknasium' te zijn waar ook een aantal bedden stonden, werden wij door de eigenaar (Tim genaamd) opgewacht met een dinner, bier en later koffie. "Luke Hurley zal zo komen, maar voor hij met jullie vertrekt, geeft hij eerst een gratis concert voor de backpackers in het hostel", meldde Tim ons. En zo gebeurde het. Luke kwam binnen, pakte zijn gitaar en begon zijn zelfgecomponeerde nummers te spelen. Ook Hilko heeft een gitaar gepakt en is gaan meespelen. Hij bleek zijn kunsten nog niet verleerd te zijn.
Luke was prettig gestoord en bij gebrek aan een goede manager heeft hij het helaas nooit echt gemaakt. Maar talent heeft hij zeker, zo blijkt uit de vijf cd's die hij inmiddels heeft gemaakt. Vraag je een gemiddelde Kiwi (zo noemen Nieuw-Zeelanders zichzelf) van rond de 40 jaar naar Luke Hurley, dan kent menigeen hem. Aan het eind van de avond bij hem thuisgekomen, troffen wij een grote puinhoop aan. Studenten kunnen er een rotzooi van maken (we spreken uit eigen ervaring), maar gestoorde musici nog meer! Wij sliepen in het stapelbed van zijn kinderen, die door-de-weeks bij moeders wonen. Dat neemt niet weg, dat wij allervriendelijkst zijn ontvangen en geen betere start van onze Nieuw-Zeeland-reis konden verzinnen.
De volgende dag kwam Tim bij Luke koffie drinken, met daarbij de vraag of wij zin hadden met hem een aantal dagen rondom Auckland te gaan zeilen. Zo ja, zou hij e.e.a. proberen te regelen. Onze financiële bijdrage hoefde slechts beperkt te zijn. Wij waren daar uiteraard wel voor te porren en als hij op deze manier zwart geld kwijt moest, hadden wij daar geen probleem mee. Zo gezegd, zo gedaan. s' Middags kregen wij een telefoontje dat alles geregeld was. Dezelfde avond sliepen wij al op het zeiljacht, zodat wij de volgende ochtend vroeg konden vertrekken. Uiteindelijk gingen wij met ons vieren, want Tim had namelijk ook nog een andere backbacker uitgenodigd. Lena, een langharige blonde Zweedse dame van ruim 1.80 meter. Heren, zo aantrekkelijk als dit klinkt, zo'n bitch was zij. Dus maken wij er verder geen woorden meer aan vuil en vergeten wij vanaf heden Lena.
Prachtige dagen gehad en met name rondom Waiheke Island gevaren. Niet veel gezeild, want daar was het weer te slecht voor en stond er tevens een te harde wind. Toch klaarde het regelmatig op, hetgeen wij gebuikte om aan te meren, het eiland te bezoeken of om te gaan vissen. Hilko was de enige die drie snappers uit zee kon krijgen, helaas niet groot genoeg voor lunch of diner. Onderweg ook nog echte zeilboten gezien. Op dat moment was namelijk de wereldberoemde zeezeilwedstrijd 'The Americans Cup' aan de gang en hebben wij enkele professionele zeilteams aan het werk gezien!
Na vier dagen waren we weer terug in Auckland, waar Tim ons een plaats garandeerde in zijn hostel. We konden slapen in zijn 'kantoortje', als wij het niet erg vonden. Voor ons geen probleem en zo hebben wij nog twee dagen in Auckland zelf doorgebracht. O.a. nog de jachthaven bezocht, die ingericht was als uitvalsbasis voor 'The Americans Cup'. Wat een jachten, sommigen van meer dan 60 meter lang!
In Ackland een auto gehuurd voor de rest van de periode in Nieuw-Zeeland. Heerlijk op eigen gelegenheid door het land crossen, zonder dat je aan reisschema's van bijvoorbeeld busmaatschappijen gebonden bent. Zo zijn wij onder meer richting Rotorua gereden, een stadje dat bekend staat om zijn vulkanische ondergrond. Hete bronnen, geisers en wat niet meer zij. Het ruikt daar ook niet al te fris. Een groot deel van de stad is bijna permanent overdekt met een zwaveldamp. Toch wen je daar na een tijdje wel aan. Jet heeft een hele middag in een natuurlijk spabad gelegen, terwijl Hilko van zijn zware verhoudheid probeerde af te komen. Ook de vulkaanparken in de omgeving bezocht, die veelal onder auspciën van D.O.C. staan, in Nederland het Ministerie van Natuuurbeheer. Wij sliepen in een alleraardigst B&B dat genoemd was naar de moeder des huizes 'Sandy'. Zij runde een gezin met zeven kinderen, was kapster en deed er dus ook nog een B&B naast. Een aanrader om daar te overnachten voor iedereen die daar in de omgeving is.
Wandelen, hiking, of zoals zij het hier noemen, tramping, was één van de basisactiviteiten die wij in dit land wilden ondernemen. Derhalve hebben wij ons aangemeld voor de Tongario Crossing. Een zware, maar één van de mooiste eendaagse wandeltochten van Nieuw-Zeeland. Een tocht die tenminste zes uur wandelen vergt, afhankelijk van het weer en de conditie. Dit dwars door bergen, over vulkanen en langs bergmeren (kraters). Een goede conditie en juiste schoenen en kleding is vereist. Nou, dat hadden wij nodig. We begonnen met zon en konden in T-shirt lopen (zomer dus). Hoe hoger wij kwamen, hoe kouder het werd. Al snel werd de sneeuwgrens bereikt en begon het ook nog eens te regenen (herfstig). Nog hoger werd het zwaar mistig en nam de wind toe. De snelheid daarvan en de -2 graden celcius gaf een gevoelstemperatuur van - 20 graden. Echt winter dus. Op de top konden we geen hand voor ogen zien vanwege de sneeuw en de wind en bliezen wij letterlijk bijna weg. Enkelen gingen dan ook terug uit angst voor ongelukken. Zo'n 30 mensen, waaronder wij, zijn toch doorgegaan. Na een half uur werd het weer minder slecht en konden wij aan de afdaling beginnen. Op een gegeven moment kwam de zon door en werd het weer aangenaam. Een lentegevoel omarmde ons. Het was een spannende gebeurtenis en het bedrijf dat het organiseerde gaf achteraf toe dat de trip gezien de slechte omstandigheden beter gecancelled had kunnen worden. Maar zo hebben wij wel Nieuw-Zeeland naar het nummer van 's lands beroemdste popband Crowded House leren kennen: "Four Seasons in one Day".
Toch begonnen wij wel een beetje te balen. De mensen waren aardig, het land was mooi, maar echt optimaal genieten konden wij daar niet van. Je doet zo'n crossing vanwege zijn uitzonderlijke vergezichten etc., maar met deze weersomstandigheden merk je daar weinig van. Ook onze autotochten gingen tot dan toe veel in regen en zware bewolking op. Eenmaal op het zuidereiland aangekomen, per veerboot van Wellington naar Picton, werd het allengs beter. We reisden af naar het Abel Tasman National Park. Per taxiboot zijn wij naar een van de baaitjes gebracht die alleen per water bereikt konden worden. Wegen liepen er niet naartoe. Al wandelend zijn wij teruggegaan. Een route van bijna zeven uur, door gebieden zoals Abel Tasman Nieuw-Zeeland destijds ook ontdekte. Af en toe een wc, maar verder ook nauwelijks wat. De volgende dag hebben wij min of meer dezelfde route afgelegd, maar dan in tegengestelde richting en per kayak. Ook zeer de moeite waard, maar met de regen toch wat minder aangenaam.
Rustig afgezakt naar het zuid-oosten van het zuidereiland. We hadden niets geregeld voor dit onderdeel van de reis, behalve een track van vier dagen; de Milford Track in het Fiordland National Park. Naar zeggen de mooiste redelijk toegankelijke wandeltocht van de wereld, wat wij vooralsnog kunnen beamen. Het weer zou volgens de voorspelling prachtig worden, wat voor de verandering dit keer uitkwam. Het komt zelden voor dat je vier dagen zonder regen de Milford Track loopt, aangezien dit tevens het natste gebied van Nieuw-Zeeland is. Per jaar valt her 6.000 mm (!) regen. Dit oerwoud wordt dan ook met recht een regenwoud genoemd. Niet dat wij geen regen hebben gezien, maar die viel dan 's nachts toen wij al hoog en droog in de hut waren. Dat deze track van 54 km verdeeld over vier dagen met een gemiddelde wandelduur van zes uur per dag populair is, blijkt uit het feit dat het bij onze start al maart 2003 was volgeboekt. Per dag mogen er maar 40 personen starten. Meer ruimte hebben de hutten onderweg ook niet. Hutten die overigens primitief zijn en slechts bedden, wc's en een keuken kennen. Geen electriciteit en naast je eten, drinken, kookgerei, kleding en slaapspullen moet je ook je afval weer terugnemen. Wat je onderweg aan natuurschoon, uitzichten en vergezichten meemaakt, is bijna niet te beschrijven. Besneeuwde bergtoppen, watervallen, ruige riviertjes, prachtige valleien, dichte bossen.... je moet het eigenlijk ondervinden. Hoewel niet makkelijk en na vier dagen veel spierpijn, pijn in de knieën, enkels en de rug, vonden hij dit unaniem het hoogtepunt van deze reis.
Een dieptepunt was misschien wel de inbraak in onze auto. Dit gebeurde in Dunedin in het zuid-westen van het zuidereiland. Nieuw-Zeeland wordt thans geplaagd door toenemende criminaliteit, met name in de steden. Hoewel Dunedin niet echt als crimineel bekend staat, is in deze, overigens mooie en van oorsprong Schotse universiteitsstad toch ons zijraam ingeslagen en het weinige wat in de auto lag meegenomen. Slechts zaken van geringe financiële waarde, maar wel veel paperassen, toegangskaartjes, folders e.d. van plekken waar wij geweest zijn. Dit om het fotoalbum op te leuken. Dus enkele dingen van emotionele waarde waren wel pleite. Daaronder ook een gesigneerde en met persoonlijke noot voorziene cd van Luke Hurley.
Nu zijn wij op weg naar Christchurch. De grootste stad op het zuidereiland en de tweede stad van Nieuw-Zeeland. Even weg uit de natuur en weer gewoon stenen en beton om ons heen. Voor de verandering ook wel lekker. Christchurch staat bekend om zijn Europese uitstraling en zijn mooie parken. Wellicht weer een beetje een thuisgevoel, temeer omdat wij daar een familielid (broer van een tante) van Hilko gaan opzoeken. Een leuke afsluiting van een boeiend en mooi onderdeel van de reis.
Op naar Santiago de Chili voor enkele dagen, om vervolgens 'terug te vliegen' naar Easter Island. Dit voor slechts vijf dagen, maar gezien de kans die wij nu wilden aangrijpen, toch maar ingelast in ons reisschema. Wij zullen jullie ook daarvan verslag doen.
Tot slot, wisten jullie dat per inwoner van Nieuw-Zeeland er ca 40 schapen zijn? Dat de zeeleeuwen zeer de moeite van aanzien waard zijn, evenals de koddige aanblik van geel-ogige pinguins (zeer zeldzaam en alleen te vinden in Nieuw-Zeeland en Antartica)? Ditzelfde geldt voor de vele dolfijnen, die wij helaas niet gezien hebben?
Voor de rest, pas goed op julliezelf. Haal de schaatsen uit het vet, want eind volgende week is het zover, wat ik je brom...! Wij gaan nog even de zon tegemoet, maar zullen ook uitkijken naar de Nederlandse winter eind januari. Voor die tijd graag geen elfstedentocht, want die willen wij graag live meemaken!
Chili
Saludos!
Vanuit een warm en zonnig Chili groeten wij u! Het was een kort, maar indrukwekkend bezoek van zo'n 10 dagen en vanmiddag reizen wij af naar het land van de regerend wereldkampioen Brazilië, waar wij de feestdagen traditiegetrouw met goede vrienden van ons (Wim en Yvonne) zullen doorbrengen. Maar daarover meer in het laatste reisverslag.
Na een dubbele 11e december 2002 vanwege het tijdsverschil en de vliegroute, kwamen wij die dag aan in Santiago. Deze hoofdstad van Chili heeft ruim 5 miljoen inwoners (1/3 van de totale bevolking) en ligt in een vallei aan de voet van de Andes. Hoewel men zegt dat het zomers meevalt, hing er toch een deken van smog boven de stad. Desondanks voor ons een aangename verandering van land. Nieuw-Zeeland en Australië, waar alles tot in de puntjes is georganiseerd voor reizigers (backpackers), dan nu een ietwat chaotische grote stad in Zuid-Amerika. Heerijk!
Los van het feit dat Santiago ons niet echt heeft weten te ontarmen, zijn wij het er beiden over eens dat wij zeker terugkomen in Zuid-Amerika en dan met name Chili. Santiago is namelijk geen Chili, en de verhalen die wij over de andere delen van het land hebben gehoord, zijn ronduit lovend. Ook is het een relatief veilig land. Zelfs in de wetenschap dat wij zijn opgelicht door het personeel van het hostel en dat bij Jet uit haar kluisje (!!) de net aangeschafte parfum is gestolen. Alsof ze het roken.
Ons hostel is gelegen in het centrum van de stad. Voor een luttel bedrag zijn wij daar vanaf het vliegveld naar toe gebracht. In vergelijking met de vorige twee landen is het hier overigens allemaal goedkoop. De spullen gedropt en ondanks de lange vlucht (Hilko heeft non-stop 11,5 uur films gekeken) en het tijdverschil, meteen de stad ik gegaan. Druk, druk, druk met volop kerstsfeer. Je zult maar hulp-Santa zijn en met ruim 30 graden je in zo'n pak moeten hijsen. Toch liepen er hier velen rond. 's Avonds wordt het koeler en kan je je heelijk terugtrekken in de diverse café's en/of restaurants. Ook dat is het aangename hier, namelijk totaal geen probleem om rond 23.00 uur nog een restaurant binnen te lopen voor een paar lekkere empanada's. Sterker nog, bij bepaalde restaurants staan de rijen om die tijd nog voor de deur. Hoewel iets minder direct beleefd, kan je hier ook goed uitgaan. En dan hoef je voor 01.00 uur 's nachts niets verwachten, want dan begint het pas.
Het centrum is best aardig. In ieder geval genoeg winkels, verkoopstalletjes, restaurants en wat niet meer zij. Verder zijn er tal van musea te bezichtigen en zijn de gebouwen tevens het aanzien waard, evenals de kerken (...kerst komt er aan, en je moet toch wat...). In dat kader hebben wij ook een maagdelijk wit en enorm groot Maria-beeld op berg San Cristobal aanschouwd. Voor velen een bedevaartplaats, omdat Maria daar schijnbaar is verschenen. Zelfs de Paus heeft tijdens zijn bezoek aan Santiago daar een mis opgedragen. Voor ons bood het een prachtig uitzicht over de stad.
Verder zijn de herinneringen aan de coupe van Pinochet in 1973 soms nog steeds zichtbaar. In die tijd is veel beschadigd, gezien het militaire geweld dat nodig was om hem in het zadel te krijgen. Sinds zijn val in 1989, is het economisch voor de wind gegaan met het land. Dat zie je ook terug aan het stadsbeeld. Ongetwijfeld is er armoede, maar Santiago straalt dat niet uit. Toch is Santiago het niet echt. Het is een aardige stad en, als gezegd, een welkome afwisseling op Nieuw-Zeeland (overigens een prachtig land, waar niets op af te dingen valt), maar het heeft het niet echt. Alhoewel....
Chili staat ook bekend om zijn wijnen. En wij zouden Hilko en Jet niet zijn, als wij niet een aantal van die wijnhuizen langsgingen. Een hele dag besteed aan wijnproeven, tussen druivenstruiken ronddrentelen en promotionele verhalen van gidsen aanhoren. Uiteraard ook de nodige flessen gekocht, die wij vervolgens thuis snel weer meester maakten.
Na vier dagen stad, waren wij wel toe aan weer iets rustigs. Het werd Rapa Nui, of op zijn Nederlands gezegd: Paaseiland. Een klein tropisch eiland midden in de Pacific Ocenan, op ruim 5,5 uur vliegen van Santiago (3.700 km). Met slechts 3.500 inwoners, een aangename zeebries en ook echte tropische temperaturen, even een vakantie binnen een wereldreis. Een eiland met slechts twee kleine witte strandjes met palmbomen, die wij enkel van afstand gezien hebben. Wij gingen voor de slapende vulkanen, rotsachtige berglandschap en vooral de vele beelden en rotskervingen! Iets waar de Nederlandse ontdekker van dit stukje wereld, Jacob Roggeveen, in de 18e eeuw al het nodige over schreef. Paaseiland wordt met recht ook wel het grootste openlucht museum genoemd.
Deze beelden heten op zijn Rapanui's 'Moai's' en zijn er vanaf enkele meters tot wel 21 meter hoog. Het merendeel is uitgehouwen bij vulkaan 'Rano Raraku'. Vervolgens over het eiland verspreid en ter verering van voorouders neergezet. Behalve dat het deels een raadsel is hoe hier destijds mensen op het eiland zijn gekomen (het ligt namelijk erg geisoleerd), is het ook een raadsel hoe die grote beelden over het eiland verspreid zijn en vervolgens op een voetstuk geplaatst. Er zijn verschillende theorieën over, maar een eenduidig verhaal hebben wij niet gehoord.
Overigens heel vriendelijke mensen, dit trots zijn op hun historie en afkomst. Alles gaat er zeer relaxed aan toe. Er heerst volgens ons geen enkele stress. Als de centrale supermarkt een half uur later open moet, dan gebeurt dat gewoon. Geen glimmende auto's en mooie dure huizen, maar oude roestbakken en geen status. Wel gave Off the Road motoren (overigens ook niet door de keuring heen komend), waar wij uiteraard één van gehuurd hebben. Heerlijk het eiland rondgecrost. Letterlijk, want lang niet alles is geasfalteerd en rondom de 'bergen' zijn er uberhaupt nauwelijks wegen te vinden. Dan is zo'n motor wel een uitkomst. Bovendien is een helm niet (echt) verplicht en is het met deze temperaturen heerlijk om in enkel je korte broek en T-shirt rond te scheuren. En dan maar even niet denken dat je met 100 km onderuit kunt gaan. Hoewel, zonder risico's is het leven ook maar saai.
Maar aan al het goede komt een eind, zo ook aan ons verblijf op het Paaseiland. Even terug naar Santiago voor een kleine dag en dan als gezegd naar Rio de Janeiro. We houden jullie op de hoogte. Alvast fijne feestdagen toegewenst en tot in het nieuwe jaar.
Brazilië
Rio de Janeiro, 18 januari 2003
Hier zit ik dan, zojuist 35 jaar geworden, ergens in een internetruimte op Rio de Janeiro International Airport, terugkijkend op een boeiende wereldreis. Als gisteren herinner ik mij de dag vóór vertrek, 18 augustus 2002. Overigens toen ook goed weer, maar dan in Nederland. Nog even snel de Beetle wassen, voordat die wordt ingeleverd, was toen het devies. Nu zit de reis er al zo goed als op. We moeten enkel de terugreis naar Amsterdam nog aanvaarden.
Brazilië was een uitstekende afsluiting van het geheel, met ook hier weer hoogtepunten. Eén daarvan was zeker het ontvangst op het vliegveld, toen wij in Rio de Janeiro aankwamen. Wim en Yvonne, goede vrienden van ons, hadden besloten ons traditioneel te vergezellen tijdens de feestdagen en stonden ons op te wachten.
Na een overnachting in ‘Rio’, vertrokken wij naar het schilderachtige Parati, zo’n 160 km ten zuid-westen van ‘Rio’. Een historisch vissersdorpje met witte huisjes. Hoewel dit stadje duidelijk ontdekt was door toeristen, en gezien de tijd van het jaar ook door Braziliaanse toeristen, hadden wij er allen toch een heel goed gevoel bij. Onze actieve instelling hebben wij ook op onze reisgenoten overgebracht en wij zijn dan ook een dag in de prachtige omgeving gaan wandelen en zwemmen in de rivier bij een waterval.
Op Ilha Grande hebben wij de kerstdagen doorgebracht. Dit eiland is een beschermd natuurgebied, met prachtige stranden, bossen en een klein dorpje, waar de pousada’s, winkeltjes en restaurants zijn gevestigd. Het weer was wederom prachtig (ruim 30 graden) en wij hebben dan ook volop genoten van terrassen en de uitkijk op zee. De dag voor kerst hebben wij ingevuld met een boottrip. Van baaitje naar baaitje varen, waar wij van het schip afdoken om te snorkelen of gewoon te zwemmen. Bij een strandtent onder de palmbomen hebben wij misschien wel de lekkerste vis gegeten van de hele Brazilie-tour.
Voor eerste kerstdag een tafeltje gereserveerd bij onze pousada, dat tevens één van de betere restaurants bleek te zijn. Overdag hebben Jet en ik een trail gelopen. Niet makkelijk, want het was erg heet en de route was bovendien op bepaalde stukken erg steil de bergen op. Gelukkig liepen wij regelmatig langs idyllische strandjes, waar wij een verkoelende duik in de zee namen. De weg terug lieten wij voor wat het was en wij gingen met een oud vissersbootje naar het dorpje terug. Al na vijf minuten barste er een enorme regenbui los, die ons gedurende het komende uur varen volledig in de greep hield. Totaal doorweekt kwamen wij dan ook aan in onze pousada. ‘s Avonds hebben wij een fantastisch kerstdiner gehad buiten op het terras.
Tweede kerstdag gingen wij op weg naar Ouro Preto. Dit historiche stadje (70.000 inw.) ten noorden van ‘Rio’ bereikten wij echter pas de volgende dag rond het middaguur. Ouro Preto ligt in een dal en is deels tegen de heuvels op gebouwd. Het was in vroeger tijden een zeer rijke stad vanwege het goud dat er gedolven werd, wat zich vertaalde in de bouw van 13 (!) prachtige kerken. Want ja, de status van de stad was af te lezen in het aantal kerken. Waar is die goede oude tijd gebleven… Hoewel de kerken er van de buitenkant veelal niet uitzagen, waren de binnenkanten daarentegen adembenemend. Prachtige plafondschilderingen, veel goud, beelden en schilderijen en overige pracht en praal zoals die voorkomt in een katholieke kerk. Alle historische rijkdommen van de kerk werden tentoongespreid (en de armen destijds maar krimperen), al dan niet in een aangrenzend museumpje. Het werden dus een aantal dagen cultureel verantwoord bezig zijn, met musea en kerkbezoek, de bezichtiging van het oudste theater van Brazilië en de achitectonische en beeldhouwwerken van Antonio Fransisco Lisboa of te wel ‘het kreupeltje’. Want wat Gaudi was voor Barcelona, was ‘het kreupeltje’voor Ouro Preto.
De terugreis naar ‘Rio’ was te lang om in één keer te rijden, zeker met de Braziliaanse wegen (slechts 20 % geasfalteerd, en dit inclusief drempels en gaten in de weg). Het werd daarom een nachtje overnachten in een prachtig hotel in het centrum van Petrópolis. Dit was de plaats waar destijds keizer Pedro II zijn buitenverblijf had, aangezien het hier gemiddeld 6 graden koeler, en dus aangenamer is dan in ‘Rio’. Zijn voormalig buitenverblijf lag bij ons om de hoek, evenals Crystal Palace (een geheel uit glas opgetrokken ‘paleis’) dat destijds dienst deed als balzaal.
Het blijft voor ons koele Nederlanders een rare gewaarwording om op oudjaarsdag in je korte broek rond te lopen met een zon van 34 graden warmte op je huid brandend. Toch overkwam ons dat toen wij in Rio de Janeiro aankwamen. Ons hotel was reeds geboekt, en ‘helaas’ kwamen wij dan ook uit op de Copacabana. Een prachtig luxeus onderkomen op enkele honderden meters afstand van het strand. Wat een straf! Bij aankomst meteen een eindejaarsdiner geboekt, want zo moesten wij het jaar afsluiten. Wij allen keurig gekleed in geheel maagdelijk wit, meldden ons rond 20.30 uur bij het etablissement. Een fantastisch buffet stond klaar en we konden de hele avond door eten en drinken, wat en zoveel wij maar wilden. En dit tot 04.00 uur de volgende ochtend.
We maakten een ‘break’ rond 23.00 uur om naar het nabij gelegen Copacabana Beach te gaan. Samen met 2,2 miljoen (!!!) andere mensen verzamelden wij ons voor het mooiste vuurwerk wat wij ooit gezien hebben, dat klokslag 00.00 uur ontbrandde. Fantastisch!
De resterende dagen in ‘Rio’ doorgebracht met het rustig aan bezoeken van toeristische trekpleisters, zoals het symbool van ‘Rio’: het Jezus-beeld (inclusief het natuurpark erom heen), de wijk Centro, de parken en het nationaal historisch museum met zijn zoölogische afdeling. Voor iedereen die nog richting Rio gaat, ga koffie drinken in Colombo Koffiehuis in Centro! Een prachtig koffiehuis met restaurant, bijna een museum op zich, met de lekkerste koffie van Rio.
Op 4 januari 2003 hebben wij Wim en Yvonne uitgezwaaid en zijn wij ons langzaam maar zeker gaan opmaken voor onze trip naar het natuurgebied de ‘Pantanal’. Via een binnenlandse vlucht arriveerden wij in Campo Grande, waar wij meteen per bus doorgingen naar Bonito, op ongeveer 4 uur rijden. Bonito zelf stelt niets voor, maar in de omgeving kan je aantrekkelijke activiteiten ondernemen. Wij hebben ons beperkt tot wild-water raften, tussen vissen, waterslangen en krokodillen (niet aanvalsgezind hier) je met een snorkel 5 km. laten afdrijven in een kraakheldere rivier, en natuurlijk een aantal dagen een tour in de Pantanal.
Wat een beleving; veel dieren gezien, van slangen tot krokodillen, van papagaaien tot tucan’s, van wolven tot een soort van wasberen. En dan niet te vergeten de apen en de kolibri’s. Dit deden wij vanaf een voor Braziliaanse begrippen een kleine boerderij, slechts 3.400 ha. (!) groot. Daar hebben wij ook op piranha gevist (en gevangen), vee verplaatst van het ene weiland naar het andere weiland, als echte cowboy per paard en prachtige boot- en jeepsafaris bij donker gedaan. Enorm indrukwekkend zijn dan de honderden rood-oranje ogen van kaaimannen te zien oplichten op het moment dat je er bij donker een felle lamp op schijnt.
Tot slot nog even een dagje gerelaxt aan het zwembad van ons hotel in Bonito en een dagje winkelen in Campo Grande. Als gezegd, is de tijd omgevlogen en had het voor ons nog best enige maanden mogen duren. Met tegenzin gaan wij dan ook terug naar Nederland. Maar ja, onze plicht roept en komende woensdag zullen wij richting stembus gaan. Uit opiniepeilingen maak ik op, dat onze partij wellicht de grootste wordt en dat onze man (volgens Jet het meest lekkere ding van geheel politiek Den Haag), tijdens vorige verkiezingen nog relatief onbekend, maar ook toen al onze stem gekregen, nu één van de populairste partijleiders van Nederland is. Maar dat hadden een andere partijgenoot en ik tijdens de laatste verkiezingsuitslag al min of meer voorspeld (“Andries, alles komt al eerder dan verwacht op z’n pootjes terecht!”).
Nu echt afsluitend, iedereen die overweegt om ook een lange reis te gaan maken: doen!! Laat je niet beperken door de tijd, maar wil ook niet te veel van alles. Elk land had zo zijn hoogtepunten en het is moeilijk aan te geven welk land nu het mooiste was. Maar achteraf gezien hadden wij de reis liever beperkt tot drie landen dan de vijf die wij nu hebben aangedaan. Dit als leerpunt voor onze volgende reis, die naar onze overtuiging in de toekomst zeker in het verschiet ligt.